De basis van het gegevensregister zijn de services en de kaartlagen. De services en kaartlagen worden weergegeven in een boomstructuur. De beheerder kan zelf clusters en sets aanmaken waar de nieuwe service aan toegevoegd kan worden. Hij krijgt het formulier om dit te doen te zien als hij klikt op een cluster of set.
Services beheren
Bij het aanmaken van een service vult de beheerder het type, de url en een naam voor de service in. Optioneel zijn gebruikersnaam en wachtwoord.
Voor een service worden meteen de kaartlagen aangemaakt aan de hand van de layers.
Bij het verwijderen van een service wordt gecontroleerd of er geen kaartlagen van deze service in een applicatie worden gebruikt. Indien dat het geval is mag de service niet verwijderd worden en zal de beheerder hier over een melding krijgen. Mag de service wel verwijderd worden dan krijgt de beheerder een melding waar in gevraagd wordt om te bevestigen dat deze service verwijderd moet worden.
In de boomstructuur wordt achter een service een extra icoontje weergegeven waar mee de status wordt aangegeven. Deze status wordt regelmatig op de achtergrond gecontroleerd. De inregeling hiervan wordt in de installatie- en configuratiehandleiding beschreven.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Service naam(*= verplicht) |
Er wordt een naam opgegeven voor de service zodat deze eenvoudig terug te vinden is in de boomstructuur. |
|
URL(*= verplicht) |
De url van de service waar de applicatie een request naar toe stuurt en de layers van ophaalt. |
|
Type(*= verplicht) |
Het type van de service wordt opgegeven. |
|
Weergavenaam |
Naam zoals service wordt weergegeven. |
|
Gebruikersnaam |
Indien de service beveiligd is met een inlog kan de beheerder hier de gebruikersnaam invullen. |
|
Wachtwoord |
Indien de service beveiligd is met een inlog kan de beheerder hier het wachtwoord invullen. |
|
Knop – verwijderen |
Na het klikken op de verwijder knop controleert de beheerapplicatie of de service kaartlagen heeft die gebruikt worden in een applicatie. Indien dit het geval is krijgt de beheerder een melding dat de service niet verwijderd kan worden. In deze melding staat een lijst van applicaties waar de service gebruikt wordt. Als de service wel verwijderd mag worden krijgt de beheerder een melding met de vraag of hij zeker weet dat hij de service wil verwijderen. Pas na het bevestigen wordt de service echt verwijderd. |
|
Knop – opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt de service opgeslagen en worden de layers opgehaald en als kaartlagen weergegeven. |
|
Boomstructuur |
De boomstructuur toont de services en de kaartlagen. Door op de verschillende componenten in de boomstructuur te klikken wordt het bij behorende formulier geopend. Klikken op een cluster of set geeft het formulier om een nieuwe service toe te voegen. Bij rechts klikken in de boom krijgt de beheerder de optie om een cluster set aan te maken, wijzigen of verwijderen. Uiteraard kan alleen een lege set verwijderd worden. Het is mogelijk om door middel van slepen een service in een andere set te plaatsen. |
|
Boomstructuur – Cluster/Set |
Een cluster of set is een map waar één of meer services aan toegevoegd kunnen worden. |
|
Boomstructuur – Service |
Een service bevat één of meerdere kaartlagen. Deze worden automatisch aangemaakt bij het opslaan van de service. |
|
Boomstructuur – Kaartlaag |
De kaartlagen worden automatisch aangemaakt aan de hand van de layers in de service. |
|
Boomstructuur – Status |
Door middel van een icoon na de naam wordt aangegeven of de service in orde is. De status wordt periodiek gemeten en hier wordt telkens de laatste status weergegeven. |
Een service bevat één of meerdere layers waar automatisch een kaartlaag voor aangemaakt wordt als de service wordt aangemaakt. Voor de kaartlaag worden een aantal velden automatisch ingevuld, zoals metadata en legenda. Een kaartlaag bevat altijd maar één layer. Naast deze layer heeft de kaartlaag nog een aantal andere instellingen waarvan naam de meest simpele is.
De attributenbron en attributenlijst zijn in combinatie nodig om de gebruiker van extra informatie te voorzien over de kaartlaag.
De links naar de legenda en de metadata worden automatisch indien beschikbaar uit de capabilities gehaald en ingevuld. De beheerder kan deze links indien gewenst nog aanpassen.
Het is ook nog mogelijk om voor een kaartlaag een download url op te geven. Deze url wordt aan de gebruiker getoond als deze met de i-tool informatie opvraagt van de kaartlaag.
Per laag kunnen er rechten toegekend worden aan gebruikersgroepen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het recht om een kaartlaag te bekijken en om deze te bewerken. Bij het recht om een kaartlaag te zien geldt dat als geen enkele gebruikersgroep specifiek rechten heeft op de kaartlaag, dat deze dan publiek is en iedereen hem mag bekijken. Is zijn wel een of meerdere groepen die kijk rechten op deze laag heeft, dan is deze kaartlaag ook uitsluitend voor deze groepen zichtbaar. Bij de bewerkrechten werkt het net als bij de lees rechten. Indien er geen rechten zijn toegewezen heeft iedereen bewerkrechten.
Op deze pagina staat ook nog een overzicht van applicaties waarin de geselecteerde kaartlaag voor komt.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Naam(*= verplicht) |
Er wordt een naam opgegeven voor de kaartlaag zodat deze eenvoudig terug te vinden is in de boomstructuur. Deze wordt standaard ingevuld als de kaartlaag aangemaakt wordt bij een nieuwe service. De beheerder kan deze dus nog wijzigen. |
|
Layer |
De naam van de bijbehorende layer. Deze is niet editbaar door de beheerder. |
|
Attribuutbron |
De attribuutbron wordt geselecteerd door de beheerder. Aan de hand daarvan worden de beschikbare attribuutlijsten in de dropdown geplaatst. |
|
Attribuutlijst |
De attributenlijst wordt geselecteerd. |
|
Legenda |
Bij het aanmaken van de kaartlaag wordt de url naar de legenda automatisch ingevuld indien deze informatie beschikbaar is in de service. De legenda kan door de beheerder altijd aangepast worden. |
|
Metadata |
Bij het aanmaken van de kaartlaag wordt de url naar de metadata automatisch ingevuld indien deze informatie beschikbaar is in de service. De metadata kan door de beheerder altijd aangepast worden. |
|
Downloadlink |
De beheerder kan een url opgeven naar een bestand met extra informatie over de kaartlaag. |
|
OGC SLD filtering |
De beheerder dient hier aan te geven of de betreffende kaartlaag SLD in voldoende mate ondersteunt. Indien hier onterecht wordt aangegeven dat de kaartlaag SLD filtering ondersteunt, dan zal de kaartlaag onzichtbaar kunnen worden. |
|
Gebruik in applicaties |
Er is een overzicht zichtbaar met alle applicaties waar de kaartlaag in gebruikt wordt. |
|
Lees rechten |
De beheerder kan aangeven welke gebruikersgroepen de kaartlaag mogen bekijken. Als er geen lees rechten zijn ingesteld voor een kaartlaag mag iedereen de kaartlaag bekijken. Zijn er één of meerdere gebruikersgroepen die lees rechten hebben, dan hebben alleen deze groepen het recht om de kaartlaag te bekijken en de rest van de gebruikersgroepen niet. |
|
Bewerk rechten |
De beheerder kan aangeven welke gebruikersgroepen de kaartlaag mogen bewerken met het edit component indien die toegevoegd is aan de applicatie. In tegenstelling tot de lees rechten heeft standaard geen enkele gebruikersgroep bewerk rechten. Alleen als dit aangegeven is door de beheerder. |
|
Knop – opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt de kaartlaag opgeslagen. Indien de naam is gewijzigd is dit direct in de boomstructuur zichtbaar. |
|
Boomstructuur |
De boomstructuur toont de services en de kaartlagen. Door op de verschillende componenten in de boomstructuur te klikken wordt het bij behorende formulier geopend. Klikken op een set geeft het formulier om een nieuwe service toe te voegen. bij rechts klikken in de boom krijgt de beheerder de optie om een set aan te maken, wijzigen of verwijderen. Uiteraard kan alleen een lege set verwijderd worden. Het is mogelijk om door middel van slepen een service in een andere set te plaatsen. |
|
Boomstructuur – Set |
Een set is een map waar één of meer services aan toegevoegd kunnen worden. |
|
Boomstructuur – Service |
Een service bevat één of meerdere kaartlagen. Deze worden automatisch aangemaakt bij het opslaan van de service. Achter de service staat een icoon waar de status van de service mee aangegeven wordt. Deze is rood indien de service niet beschikbaar is en groen als hij wel beschikbaar is. |
|
Boomstructuur – Kaartlaag |
De kaartlagen worden automatisch aangemaakt aan de hand van de layers in de service. |
Om de gebruiker naast een kaart ook van aanvullende informatie te voorzien worden attribuutbronnen, attribuutlijsten en attributen gebruikt.
Een attribuutbron is een service zoals WFS of een databaseconnectie. Voor een bron wordt daarom naast naam en url altijd een type ingevoerd. Gebruikersnaam en wachtwoord zijn optioneel. Wanneer een attribuutbron verwijderd wordt krijgt de beheerder een melding waarin hij dit moet bevestigen.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Status |
Bij het open van het scherm wordt de status van de configureerde bronnen opgevraagd. Hier wordt ook gecontroleerd of de attributen waarvoor een alias is opgegeven nog beschikbaar zijn in de bron. |
|
Naam(*= verplicht) |
Er wordt een naam opgegeven voor de attribuutbron zodat deze eenvoudig terug te vinden is in de tabel. |
|
URL(*= verplicht) |
De url van de attribuutbron waar de applicatie een request naar toe stuurt en de attribuutlijsten en attributen van ophaalt. Dit kan een service URL zijn of een connectionstring naar een database. |
|
Type(*= verplicht) |
Het type van de attribuutbron wordt opgegeven: WFS, JDBC |
|
Gebruikersnaam |
Indien de attribuutbron beveiligd is met een inlog kan de beheerder hier de gebruikersnaam invullen. |
|
Wachtwoord |
Indien de attribuutbron beveiligd is met een inlog kan de beheerder hier het wachtwoord invullen. |
|
Link – verwijderen |
Na het klikken op de verwijder link krijgt de beheerder een melding met de vraag of hij zeker weet dat hij de attribuutbron wil verwijderen. Indien de bron in gebruik is wordt dit gemeld. Pas na het bevestigen wordt de attribuutbron echt verwijderd. |
|
Link – beheren |
Na het klikken op de beheren link wordt de gekozen attribuutbron geopend in het formulier. |
|
Knop – opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt de attribuutbron opgeslagen en worden de attribuutlijsten en attributen opgehaald. |
|
Tabel |
De tabel geeft een overzicht van alle attribuutbronnen. Deze kunnen geselecteerd worden zodat de beheerder ze kan bewerken. |
|
Link – Attributen beheren |
De beheerder kan direct naar het beheren van attributen via deze link. |
Een attibuutbron heeft één of meerdere attribuutlijsten. Deze worden automatisch opgehaald en hoeven niet geconfigureerd te worden door de beheerder. Door zowel een attribuurbron als attribuutlijst te selecteren krijgt de beheerder de bij behorende attributen te zien. De beheerder kan voor elk attribuut een alias invoeren, omdat attributen in de bron meestal geen naam hebben die je aan de gebruiker wil tonen.
Per applicatie kan de beheerder later instellen welke attributen een gebruiker te zien krijgt bij een kaartlaag. Deze instellingen doet hij bij het samenstellen van de boomstructuur.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Attribuutbron |
De attribuutbron wordt geselecteerd door de beheerder. Aan de hand daarvan worden de beschikbare attribuutlijsten in de dropdown geplaatst. |
|
Attribuutlijst |
De attributenlijst wordt geselecteerd. |
|
Tabel |
De tabel toont alle attributen uit de geselecteerde attribuutlijst. |
|
Alias(*= verplicht) |
Het label wat de gebruiker uiteindelijk zal zien bij het bekijken van de attribuutinfo. |
|
Attribuut |
In dit veld staat de naam van het geselecteerde attribuut waar de beheerder de alias voor in kan vullen. |
|
Type |
Type attribuut: ter informatie, is niet aanpasbaar. |
|
Link – bewerken |
De beheerder kan een attribuut selecteren om deze te beheren. |
|
Knop – opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt het attribuut opgeslagen. |
|
Knop – annuleren |
Als er op de annuleer knop wordt geklikt wordt het attribuut niet opgeslagen en het formulier gesloten. |
Bij het aanmaken van een document vult de beheerder het type, de url en een naam voor het document in. Indien een document wordt verwijderd zal deze ook uit alle applicaties waar hij aan toegevoegd is verdwijnen. De beheerder krijgt daarom altijd een melding die ook aangeeft aan welke applicaties het document op dat moment is toegevoegd. De beheerder kan dan beslissen of hij het document echt wil verwijderen.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Tabel |
De tabel toont alle documenten. |
|
Link – bewerken |
Als de beheerder op de bewerken link klikt wordt het formulier gevuld met de gegevens van het betreffende document. |
|
Link – verwijderen |
Na het klikken op de verwijder link krijgt de beheerder een melding met de vraag of hij zeker weet dat hij het document wil verwijderen plus een lijst van applicaties waar het document wordt gebruikt. Pas na het bevestigen wordt het document echt verwijderd. |
|
Naam(*= verplicht) |
De naam van het document. |
|
Url(*= verplicht) |
De url naar het document. |
|
Rubriek |
De beheerder kan hier een rubriek aangeven. Op dit veld kan later gesorteerd worden. |
|
Knop – nieuw |
De beheerder krijgt een leeg formulier te zien waar hij een nieuwe verwijzing naar een document mee aan kan maken. |
|
Knop – opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt het document opgeslagen. |
|
Knop – annuleren |
Als er op de annuleer knop wordt geklikt wordt het document niet opgeslagen en het formulier gesloten. |
De parameters voor dynamische rapporten worden door de rapportgenerator aangeboden. Hier is geen configuratie nodig, want de parameters zijn onderdeel van het ontwerp van het rapport.
Gebruikersgroepen wordt in de gehele beheerapplicatie gebruikt om rechten toe te kennen. In zijn algemeenheid geldt dat een onderdeel of informatie voor iedereen beschikbaar is, indien er geen gebruikersgroep aan gekoppeld is.
Rechten door middel van gebruikersgroepen kunnen op drie plaatsen worden toegewezen. Ten eerste kan een gebruikersgroep worden toegewezen in het gegevensregister. Dit betekent dan dat in alle applicaties gebruikers minimaal lid moeten zijn van deze groep.
Ten tweede kunnen gebruikersgroepen worden toegekend aan de kaarten die bij een specifieke applicatie (website) horen. Ten derde kunnen gebruikersgroepen worden toegekend aan bepaalde tools in de specifieke applicatie; bijvoorbeeld de Edit-tool.
Een toekenning van een groep elders in de beheerapplicatie kan nooit de rechten in het gegevensregister uitbreiden.
Bij het aanmaken van een gebruikersgroep vult de beheerder extra informatie en een naam voor de gebruikersgroep in. Bij het verwijderen krijgt de beheerder krijgt altijd een melding om dit te bevestigen.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Tabel |
De tabel toont alle gebruikersgroepen. |
|
Link – bewerken |
Als de beheerder op de bewerken link klikt wordt het formulier gevuld met de gegevens van de betreffende gebruikersgroep. |
|
Link – verwijderen |
Na het klikken op de verwijder link krijgt de beheerder een melding met de vraag of hij zeker weet dat hij de gebruikersgroep wil verwijderen. Indien de gebruikersgroep in gebruik is wordt gemeld waar dit het geval is. Een groep welke in gebruik is, kan niet worden verwijderd. |
|
Naam(*= verplicht) |
De naam van de gebruikersgroep. |
|
Extra informatie |
Extra informatie over de gebruikersgroep. |
|
Knop – nieuw |
De beheerder krijgt een leeg formulier te zien waar hij een nieuwe gebruikersgroep mee aan kan maken. |
|
Knop – opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt de gebruikersgroep opgeslagen. |
|
Knop – annuleren |
Als er op de annuleer knop wordt geklikt wordt de gebruikersgroep niet opgeslagen en het formulier gesloten. |
De applicatie kent een aantal standaard groepen. Deze worden gebruikt om een beheerder toegang te geven tot de beheerapplicatie en een interne medewerker meer informatie tonen. De volgende groepen zijn beschikbaar:
Admin: superuser met alle rechten;
RegisterAdmin: beheer van gegevensregister;
UserAdmin: beheer van gebruikers en groepen;
ApplicationAdmin: beheer van applicaties;
ServiceAdmin: beheer van de service als gebruikt in het gegevensregister, leden van deze groep krijgen een email als er een probleem met een van de services wordt geconstateerd;
ExtendedUser: gebruiker die alleen via LDAP geindentificeerd is en niet in de gebruikerstabel geregistreerd is; wordt gebruikt voor indentificatie van interne medewerkers.
Bij het aanmaken van een gebruiker kan de beheerder aangeven tot welke gebruikersgroepen deze behoort. Verder kunnen de velden naam, organisatie, functie, adres, plaats, e-mailadres, telefoon en wachtwoord ingevoerd worden.
Gebruikers kunnen ook zonder inloggen toegang krijgen, maar dan is alleen informatie zonder gekoppelde groepen toegankelijk.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Tabel |
De tabel toont alle gebruikers (gebruikers die alleen via LDAP geïdentificeerd worden, worden hier niet getoond, zie gebruikersgroep ExtendedUser) |
|
Link – bewerken |
Als de beheerder op de bewerken link klikt wordt het formulier gevuld met de gegevens van de betreffende gebruiker. |
|
Link – verwijderen |
Na het klikken op de verwijder link krijgt de beheerder een melding met de vraag of hij zeker weet dat hij de gebruiker wil verwijderen. Indien de gebruiker in gebruik is wordt dit gemeld. Pas na het bevestigen wordt de gebruiker echt verwijderd. |
|
Naam |
De naam van de gebruiker. |
|
Organisatie |
De organisatie waar de gebruiker werkt. |
|
Functie |
De functie die de gebruiker heeft. |
|
Adres |
Het adres van de gebruiker. |
|
Plaats |
De plaats van de gebruiker. |
|
E-mailadres |
Het e-mailadres van de gebruiker. Indien een sms verzonden moet worden dan kan de gebruiker hier het emailadres van een sms-dienst invullen; dit staat los van deze applicatie. |
|
Telefoon |
Het telefoonnummer van de gebruiker. |
|
Gebruikersnaam(*= verplicht) |
De gebruikersnaam van de gebruiker. Dit veld is verplicht. |
|
Wachtwoord |
Het wachtwoord van de gebruiker. |
|
Gebruikersgroepen |
De beheerder kan de gebruiker in meerdere gebruikersgroepen plaatsen. De rechten die deze groepen hebben zijn dan ook van toepassing op de gebruiker. |
|
Knop – nieuw |
De beheerder krijgt een leeg formulier te zien waar hij een nieuwe gebruiker mee aan kan maken. |
|
Knop – opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt de gebruiker opgeslagen. |
|
Knop – annuleren |
Als er op de annuleer knop wordt geklikt wordt de gebruiker niet opgeslagen en het formulier gesloten. |
|
Knop – autorisatie-overzicht |
Als er op de autorisatieknop wordt geklikt dan opent een nieuw scherm waar een overzicht van de rechten per applicatie voor deze gebruiker verkregen kan worden. |
Nadat op de verschillende plaatsen in de applicatie of het register rechten zijn toegekend, moet de beheerder de gebruiker in staat stellen om in te loggen. Om deze inlogmogelijkheid zo flexibel mogelijk te maken, wordt dit gerealiseerd door een stukje code op te nemen in een HTML-component.
Deze HTML-component wordt bij de opbouw van de applicatie als component toegevoegd (zie later).
Om binnen de HTML-component direct code toe te voegen dient de knop “bron aanpassen” gebruikt te worden. Hierna kan op de gewenste plaats het volgende stukje code worden ingevoegd:
In deze code zijn de volgende onderdelen van belang:
Rechten kunnen op een aantal plaatsen worden ingesteld. Om de beheerder overzicht te bieden van de effecten van die instellingen is een apart scherm gecreeerd waar per gebruiker en applicatie opgevraagd kan worden welke rechten van toepassing is. Zoals overal zijn kaartlagen en componenten waarvoor helemaal geen rechten zijn ingesteld, toegankelijk voor iedereen; deze worden in het overzicht niet genoemd.
Het overzicht kent de volgende algemene onderdelen: Groepslidmaatschap en Gegevensregister kaartlagen. En daarnaast een aantal onderdelen die per applicatie bepaald worden. Hiertoe moet in de dropdown de applicatie gekozen worden en op de knop “Applicatie autorisaties” geklikt worden: Niveaus, Kaartlagen en Componenten. Kies opnieuw een applicatie en klik op de knop om de autorisaties voor een andere applicatie te zien.
Hier volgt een nadere uitleg per soort autorisatie. Het uiteindelijke effect voor gebruiker staat telkens in groen weergegeven.
| Autorisatie | Afkomst | Uitleg |
|---|---|---|
|
Groeps-lidmaatschap |
Gebruiker |
Lijst met groepen waarvan gebruiker lid is. |
|
Gegevens-register kaartlagen |
Gebruiker |
Lijst met kaartlagen uit register waarvoor een groep van toepassing is waarvan gebruiker lid. |
|
Niveaus |
Applicatie |
Lijst met niveaus in de kaartboom van de applicatie waarvoor een groep van toepassing is waarvan gebruiker lid. |
|
Kaartlagen |
Applicatie |
Lijst met kaartlagen in de applicatie waarvoor een groep van toepassing is waarvan gebruiker lid. |
|
Componenten |
Applicatie |
Lijst met componenten in de applicatie waarvoor een groep van toepassing is waarvan gebruiker lid. |
LET OP: Door het uitgangspunt dat geen enkel recht leidt tot volledige toegang voor iedereen, is het overzicht niet altijd meteen intuïtief begrijpelijk.
De beheeromgeving stelt de beheerder in staat meerdere soorten applicaties te maken. Hier ligt een bepaalde werkwijze aan ten grondslag. Deze werkwijze gaat uit van een nieuwe applicaties waarvan vervolgens verschillende versies gemaakt kunnen worden. Alle versies zijn via een webadres bereikbaar.
http://basisurl/<naam applicatie><versie toevoeging>
Alle versies kunnen dus door iedereen worden bekeken. De beheerder zal echter alleen versies zonder versietoevoeging publiek bekend maken. Hiermee worden dit gepubliceerde versies. Technisch gezien is er echter geen verschil: security by obscurity
De volgende soorten worden onderscheiden:
gepubliceerde versie
werkversie
backup-versie
mashup-versie
De beheerder krijgt een overzicht te zien met alle beschikbare applicaties. Hij kan een applicatie actief maken door op de bewerken link te klikken. Of hij kan een nieuwe applicatie maken door op de Nieuw knop te klikken.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Tabel |
De tabel toont alle applicaties. |
|
Naam |
Naam van de applicatie met toegevoegde versie |
|
Gepubliceerd |
Een gepubliceerde versie heeft geen versie-toevoeging en kan niet worden bewerkt. |
|
Eigenaar |
Eigenaar van de applicatie. |
|
Link – activeren |
Als de beheerder op de activeren link klikt wordt de applicatie actief. Als de beheerder de instellingen wil aanpassen kan dat via het daarvoor bedoelde menu onder “beheer applicatie”. |
|
Link – verwijderen |
Na het klikken op de verwijder link krijgt de beheerder een melding met de vraag of hij zeker weet dat hij de applicatie wil verwijderen. Pas na het bevestigen wordt de applicatie echt verwijderd. Als een beheerder een applicatie verwijderd wordt alles uit de database verwijderd (versies worden niet verwijderd). |
|
Knop – nieuw |
Er komt een popup op waarin de beheerder een naam en een versie moet invullen (beide verplicht). Na invullen en klikken op OK knop wordt de nieuwe applicatie actief. De beheerder krijgt een leeg instellingenscherm te zien waar hij een nieuwe applicatie mee aan kan maken. De nieuwe applicatie zal beginnen als werkversie met versienummer |
Middels de gegevens uit het gegevensregister kan de beheerder een applicatie samenstellen. Elke applicatie heeft een aantal basisinstellingen zoals naam, opmerkingen, stylesheet voor metadata, stylesheet voor printen en eigenaar. De beheerder kan ook twee steunkleuren instellen waarmee de beheerder op een eenvoudige manier de uitstraling van de applicatie kan wijzigen.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Naam(*= verplicht) |
De naam van de applicatie (de naam kan niet aangepast worden in dit scherm, gebruik hiervoor een van de beschikbare knoppen). |
|
Versie |
De beheerder vult hier de versie van de applicatie in (de versie kan niet aangepast worden in dit scherm, gebruik hiervoor een van de beschikbare knoppen). |
|
Steunkleur 1 |
De beheerder kan de steunkleur kiezen. Deze wordt door de hele applicatie heen gebruikt. |
|
Steunkleur 2 |
De beheerder kan de steunkleur kiezen. Deze wordt door de hele applicatie heen gebruikt. |
|
Spritebestand icoontjes |
De beheerder kan de url naar een spritebestand met icoontjes opgeven. |
|
Stylesheet metadata |
De beheerder geeft de url naar de stylesheet op die gebruikt moet worden als de metadata getoond wordt. |
|
Stylesheet printen |
De beheerder geeft de url naar de stylesheet op die gebruikt moet worden als de voor het printen. |
|
Eigenaar |
De beheerder vult hier in wie verantwoordelijk is voor de applicatie. |
|
Start extensie |
De beheerder kan een start extensie opgeven. Bij het openen van de applicatie wordt dan naar deze extensie gezoomd. Door middel van labels wordt een invulhulp geboden. |
|
Maximum extensie |
De beheerder kan een maximum extensie opgeven. Na het openen van de applicatie wordt dan maximaal naar deze extensie gezoomd. Door middel van labels wordt een invulhulp geboden. |
|
Inloggen verplicht |
De Beheerder kan aangeven of de gebruiker verplicht is om in te loggen of dat het een openbare applicatie betreft. |
|
Knop – Opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt de applicatie opgeslagen. Opslaan werkt alleen voor werkversies (applicaties waarbij naast een naam ook een versie-toevoeging is ingevuld), dit is om te verhinderen dat de beheerder direct gepubliceerde versie gaat bewerken |
|
Knop – Annuleren |
Als er op de annuleer knop wordt geklikt wordt de applicatie niet opgeslagen en het Applicatie kiezenscherm wordt geopend.. |
|
Knop – Publiceren |
De applicatie kan gepubliceerd worden. De bestaande gepubliceerde versie krijgt een speciaal versienummer zodat deze als back-up blijft bestaan. De hier nieuw gepubliceerde applicatie wordt opgeslagen zonder versie nummer. Hiermee wordt deze applicatie de gepubliceerde applicatie. |
|
Knop – Maak Kopie |
De beheerder kan een bestaande applicatie kopiëren. De beheerder krijgt een popup waarin om een nieuwe naam en versienummer wordt gevraagd, de beheerder krijgt een volledige kopie (maar met nieuwe naam) opgeslagen in de database, welke klaar is om te bewerken; |
|
Knop – Maak Mashup |
De beheerder kan een Mash-up maken. De beheerder krijgt een popup waarin om een nieuwe Mashup-naam en versie wordt gevraagd. De naam wordt aan oorspronkelijke naam toegevoegd. Er word een kopie van de originele applicatie gemaakt. De boomstructuur wordt niet mee gekopieerd (deze blijft gelijk aan die van het origineel, de boomstructuur kan ook niet bewerkt worden van uit de mashup). Nadat de kopie in de database is opgeslagen is deze klaar om bewerkt te worden door de beheerder. |
|
Knop – Maak Werkversie |
De beheerder kan een Werkversie maken. De beheerder krijgt een popup waar om een versie-toevoeging wordt gevraagd, de beheerder krijgt een volledige kopie met de aangepaste versie-toevoeging. |
Applicaties met een naam maar zonder versie zijn gepubliceerde applicaties en kunnen niet bewerkt worden. Om een gepubliceerde applicatie te vervangen moet een eerst een werkversie met de zelfde applicatienaam gemaakt worden. Deze kan dan gepubliceerd worden. De origineel gepubliceerde applicatie wordt een backup-versie.
In de volgende tabel staan de verschillende acties en hun effect op naam en versie.
|
|
Waarden (Voor) |
Waarden (Popup) |
Waarden (Na) |
|||
|
Knop |
Naam |
Versie |
Naam |
Versie |
Naam |
Versie |
|
Nieuw |
<leeg> |
<leeg> |
A1 |
t1 |
A1 |
W_t1 |
|
Opslaan |
A1 |
_W_t1 |
nvt |
nvt |
A1 |
W_t1 |
|
Publi-ceren |
A1 |
t1 |
nvt |
nvt |
A1 |
<leeg> |
|
Backup (voor publiceren) |
A1 |
<leeg> |
nvt |
nvt |
A1 |
B_<time-stamp> + volg-nummer |
|
Kopie |
A1 |
t1 |
A2 |
t2 |
A2 |
W_t2 |
|
Mashup |
A1 |
t1 |
M1 |
t2 |
A1_M_M1 |
W_t2 |
|
Werk-versie |
A1 |
t1 |
nvt |
t2 |
A1 |
W_t2 |
Indien een van de Maak knoppen wordt gebruikt dan verandert de actieve applicatie. De nieuwe applicatie wordt de actieve applicatie.
De beheerder maakt een boomstructuur aan waarin één of meerdere kaarten worden geplaatst. Deze boomstructuur kan meerdere niveaus hebben. Aan een website/applicatie kunnen dus meerdere thema's gekoppeld worden.
Alleen binnen het niveau Kaart of Kaartlaaggroep kunnen kaartlagen gekoppeld worden. Een niveau Kaart kan niet een subniveau Kaart hebben; hiervoor moet dan Kaartlaaggroep worden gebruikt. De beheerder is vrij te kiezen op welk niveau hij een niveau Kaart met kaartlagen aankoppelt. Een Kaartlaaggroep kan alleen aan een Kaart of een andere Kaartlaaggroep hangen.
De overeenkomst tussen een Kaart en een Kaartlaaggroep is dus dat aan beide Kaartlagen gekoppeld kunnen worden. Kaarten kunnen niet genest worden, kaartlagen wel. Kaarten kunnen in de selectiemodule geselecteerd worden; een Kaartlaaggroep is onzichtbaar in de selectiemodule.
De beheerder geeft per niveau (Thema, Hoofdgroep, Groep, Subgroep, Kaart, Kaartlaaggroep) groepsrechten. Als op een niveau groepsrechten staan en de gebruiker is niet lid van de groep dan is dat niveau en alle onderliggende niveaus niet zichtbaar/toegankelijk voor de gebruiker.
Hiernaast definieert de beheerder één of meerdere achtergrond kaarten die één of meerdere kaartlagen kunnen bevatten, die specifiek voor de betreffende website/applicatie beschikbaar zijn. Het is niet mogelijk rechten op achtergrondkaartenlagen te zetten.
Boomstructuur met kaarten
De beheerder kan een boomstructuur welke uit meerder niveau's bestaat, samenstellen uit kaartlagen en documenten uit het gegevens register. De applicatie bepaalt automatisch het type niveau op basis van de inrichting. Hierbij worden de regels gevolgd die hiervoor beschreven zijn.
Niveaus kunnen Niveaus en Kaarten bevatten;
Kaarten kunnen Kaartlagen en Kaartlaaggroepen bevatten;
Kaartlaaggroepen kunnen Kaartlagen en Kaartlaaggroepen bevatten.
Door met de rechtermuis knop ergens in de boomstructuur te klikken kan de beheerder een nieuw niveau aanmaken onder dit niveau of een bestaand niveau wijzigen of verwijderen. Als de beheerder een niveau wil verwijderen, dan krijgt hij altijd een melding om dit te bevestigen. Alle subniveaus worden dan ook verwijderd. De beheerder kan zo de hele boomstructuur naar zijn wensen inrichten.
Als de beheerder op een niveau in de boomstructuur met zijn linkermuis knop klikt dan krijgt hij 4 tabbladen te zien met instellingen voor dit niveau. Afhankelijk van het niveau is het mogelijk om kaartlagen toe te voegen. De beheerder ziet de services uit het gegevens register en kan hier uit de gewenste kaartlagen selecteren. Het is niet mogelijk om een hele service toe te voegen.
De tab Kaarten verschijnt alleen wanneer een Kaart of Kaartlaaggroep geselecteerd is. De andere tabs zijn altijd beschikbaar.
De boomstructuur met kaarten hoort in principe bij één applicatie (website). Alleen in het geval van een mash-up wordt de boomstructuur doorgegeven aan de mash-up en kan daar ook niet veranderd worden.
De boomstructuur met kaarten definieert welke kaarten beschikbaar zijn voor een applicatie. Het startkaartbeeld moet echter apart worden aangegeven, omdat niet alle kaarten beschikbaar zijn of aanstaan in de ToC bij opstart van de applicatie (website).
Aan de achtergronden kunnen op dezelfde manier kaarten en kaartlagen toegevoegd worden.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Boomstructuur met Thema, Hoofdgroep, Kaart, enz. |
De beheerder kan een boomstructuur maken met thema's, hoofdgroepen en kaarten. Door rechts op de verschillende elementen te klikken krijg je de optie om een nieuw thema of kaart te maken. Door gewoon te klikken krijgt de beheerder het juiste formulier te zien voor een thema, hoofdgroep, achtergrond, kaart of kaartlaag. Voor elk element uit de boomstructuur kunnen de rechten ingesteld worden, documenten en contextinformatie worden toegevoegd. |
|
Achtergronden |
Aan de achtergronden map mogen één of meer kaarten toegevoegd worden. Deze zijn dan voor deze applicatie beschikbaar als achtergrondkaart. De beheerder geeft aan welke kaart standaard zichtbaar is. |
|
Knop – opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt de kaart opgeslagen. |
|
Knop – annuleren |
Als er op de annuleer knop wordt geklikt wordt de kaart niet opgeslagen en het formulier gesloten. |
|
Tab – kaarten |
Op dit tabblad kan de beheerder de kaartlagen selecteren die hij in de kaart wil hebben. |
|
Beschikbare kaartlagen boomstructuur |
Hier wordt de boomstructuur getoond zoals deze in het gegevens register staat. De beheerder kan kaartlagen selecteren en verplaatsten naar de geselecteerde kaartenlagenlijst. |
|
Zoeken |
Om makkelijker een bepaalde kaartlaag terug te vinden kan er in de boomstructuur uit het gegevensregister gezocht worden. |
|
Geselecteerde kaartlagen |
Hier is een lijst van geselecteerde kaartlagen zichtbaar. Kaartlagen kunnen ook weer uit deze lijst verwijderd worden. |
De beheerder kan aanvinken welke gebruikersgroepen rechten hebben op het niveau. Onderliggende niveaus erven deze rechten.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Boomstructuur met Thema, Hoofdgroep, Kaart, enz. |
De beheerder kan een boomstructuur maken met thema's, hoofdgroepen en kaarten. Door rechts op de verschillende elementen te klikken krijg je de optie om een nieuw thema of kaart te maken. Door gewoon te klikken krijgt de beheerder het juiste formulier te zien voor een thema, hoofdgroep, achtergrond, kaart of kaartlaag. Voor elk element uit de boomstructuur kunnen de rechten ingesteld worden. |
|
Achtergronden |
Aan de achtergronden map mogen één of meer kaarten toegevoegd worden. Deze zijn dan voor deze applicatie beschikbaar als achtergrondkaart. De beheerder geeft aan welke kaart standaard zichtbaar is. |
|
Knop – opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt de kaart opgeslagen. |
|
Knop – annuleren |
Als er op de annuleer knop wordt geklikt wordt de kaart niet opgeslagen en het formulier gesloten. |
|
Tab – rechten |
Op dit tabblad kan de beheerder de rechten van gebruikersgroepen op deze kaart instellen. |
De beheerder kan één of meerdere documenten uit het gegevensregister toevoegen. Als de beheerder een document wil verwijderen, dan krijgt hij een melding om dit te bevestigen. Indien documenten op een hoger niveau al toegevoegd zijn worden deze grijs weergegeven in de lijst met beschikbare documenten. Deze documenten kunnen niet op een lager niveau nogmaals toegevoegd worden.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Boomstructuur met Thema, Hoofdgroep, Kaart, enz. |
De beheerder kan een boomstructuur maken met thema's, hoofdgroepen en kaarten. Door rechts op de verschillende elementen te klikken krijg je de optie om een nieuw thema of kaart te maken. Door gewoon te klikken krijgt de beheerder het juiste formulier te zien voor een thema, hoofdgroep, achtergrond, kaart of kaartlaag. Voor elk element uit de boomstructuur kunnen de rechten ingesteld worden. |
|
Achtergronden |
Aan de achtergronden map mogen één of meer kaarten toegevoegd worden. Deze zijn dan voor deze applicatie beschikbaar als achtergrondkaart. De beheerder geeft aan welke kaart standaard zichtbaar is. |
|
Knop – opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt de kaart opgeslagen. |
|
Knop – annuleren |
Als er op de annuleer knop wordt geklikt wordt de kaart niet opgeslagen en het formulier gesloten. |
|
Tab – documenten |
Op dit tabblad kan de beheerder documenten toevoegen aan de kaart. |
|
Beschikbare documenten |
Hier worden alle documenten uit het gegevensregister getoond die de gebruiker kan toevoegen aan de kaart. |
|
Filter |
Om makkelijker een bepaald document terug te vinden kan er in de lijst gezocht worden met het filter. Het filter werkt op de naam en de rubriek van het document. |
|
Geselecteerde documenten |
Hier is een lijst van geselecteerde documenten zichtbaar. Documenten kunnen ook weer uit deze lijst verwijderd worden. Aan de documentnaam is de rubriek toegevoegd. Onder aan de lijst worden alle documenten uit hogere niveaus toegevoegd in uitgegrijsde vorm; de lijst lijkt nu op de lijst zoals de eindgebruiker deze zal zien in de viewer. |
De beheerder kan contextuele informatie aan een niveau toevoegen. Deze informatie wordt getoond indien de meta-informatie van dit niveau wordt opgevraagd.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Boomstructuur met Thema, Hoofdgroep, Kaart, enz. |
De beheerder kan een boomstructuur maken met thema's, hoofdgroepen en kaarten. Door rechts op de verschillende elementen te klikken krijg je de optie om een nieuw thema of kaart te maken. Door gewoon te klikken krijgt de beheerder het juiste formulier te zien voor een thema, hoofdgroep, achtergrond, kaart of kaartlaag. Voor elk element uit de boomstructuur kunnen de rechten ingesteld worden. |
|
Achtergronden |
Aan de achtergronden map mogen één of meer kaarten toegevoegd worden. Deze zijn dan voor deze applicatie beschikbaar als achtergrondkaart. De beheerder geeft aan welke kaart standaard zichtbaar is. |
|
Context informatie |
De context informatie kan met een interne html editor worden ingevoerd. |
|
Knop – opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt de kaart opgeslagen. |
|
Knop – annuleren |
Als er op de annuleer knop wordt geklikt wordt de kaart niet opgeslagen en het formulier gesloten. |
|
Tab – context |
Op dit tabblad kan de beheerder de context opgeven van de kaart. |
In de boomstructuur zijn ook de kaartlagen zichtbaar. Als de beheerder op een kaartlaag klikt dan krijg hij 5 tabbladen te zien.
De beheerder kan aanvinken welke gebruikersgroepen lees- en schrijfrechten hebben op de kaartlaag. Als er niets is aangevinkt gelden de rechten zoals deze in het gegevensregister zijn ingesteld. Als ook daar niets is ingesteld heeft iedereen lees- en schrijftoegang. Voor schrijftoegang is vervolgens nog noodzakelijk dat een Edit component is toegevoegd aan de applicatie (website); ook deze component kan van rechten voorzien zijn.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Boomstructuur met Thema, Hoofdgroep, Kaart, enz. |
De beheerder kan een boomstructuur maken met thema's, hoofdgroepen en kaarten. Door rechts op de verschillende elementen te klikken krijg je de optie om een nieuw thema of kaart te maken. Door gewoon te klikken krijgt de beheerder het juiste formulier te zien voor een thema, hoofdgroep, achtergrond, kaart of kaartlaag. Voor elk element uit de boomstructuur kunnen de rechten ingesteld worden. |
|
Achtergronden |
Aan de achtergronden map mogen één of meer kaarten met kaartlagen toegevoegd worden. Deze zijn dan voor deze applicatie beschikbaar als achtergrondlaag. De beheerder geeft aan welke kaart standaard zichtbaar is. |
|
Gebruikersgroepen |
De beheerder kan door middel van de vinkvakjes voor de gebruikersgroepen aangeven welke groepen recht hebben om deze kaartlaag te zien en te bewerken |
|
Vinkvak – L |
Met dit vinkvakje is aan te geven dat een gebruikersgroep Leesrechten heeft op de kaartlaag. |
|
Vinkvak – B |
Met dit vinkvakje is aan te geven dat een gebruikersgroep Bewerkrechten heeft op de kaartlaag. |
|
Knop – opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt de kaartlaag opgeslagen. |
|
Knop – annuleren |
Als er op de annuleer knop wordt geklikt wordt de kaartlaag niet opgeslagen en het formulier gesloten. |
|
Tab – rechten |
Op dit tabblad kan de beheerder de rechten van gebruikersgroepen op deze kaartlaag instellen. |
De beheerder kan aanvinken welke attributen de gebruiker kan zien van deze kaartlaag.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Boomstructuur met Thema, Hoofdgroep, Kaart, enz. |
De beheerder kan een boomstructuur maken met thema's, hoofdgroepen en kaarten. Door rechts op de verschillende elementen te klikken krijg je de optie om een nieuw thema of kaart te maken. Door gewoon te klikken krijgt de beheerder het juiste formulier te zien voor een thema, hoofdgroep, achtergrond, kaart of kaartlaag. Voor elk element uit de boomstructuur kunnen de rechten ingesteld worden. |
|
Achtergronden |
Aan de achtergronden map mogen één of meer kaarten met kaartlagen toegevoegd worden. Deze zijn dan voor deze applicatie beschikbaar als achtergrondlaag. De beheerder geeft aan welke kaart standaard zichtbaar is. |
|
Attributen |
De beheerder kan door middel van de vinkvakjes voor de attributen (alias wordt getoond in dit scherm) aangeven welke attributen er getoond worden aan de gebruiker. |
|
Knop – opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt de kaartlaag opgeslagen. |
|
Knop – annuleren |
Als er op de annuleer knop wordt geklikt wordt de kaart niet opgeslagen en het formulier gesloten. |
|
Tab – attributen |
Op dit tabblad kan de beheerder instellen welke attributen er zichtbaar moeten zijn voor de gebruikers. |
De beheerder kan de transparantie van de kaartlaag instellen. Indien de kaartlaag ook aan een transparantie slider wordt gekoppeld wordt de transparantie van de slider leidend.
Er kan een straal voor het invloedsgebied opgegeven worden. Als de gebruiker dan een invloedsgebied tekent op de kaart, dan wordt deze straal gebruikt.
De samenvatting bestaat uit een aantal velden. Namelijk titel, omschrijving, afbeelding en url. Deze velden kunnen een vaste waarde hebben, maar kunnen ook gevuld worden met een kolom uit de featureinfo. De kolom naam komt dan tussen blokhaken te staan. De samenvatting wordt onder anderen gebruikt voor de maptip.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Boomstructuur met Thema, Hoofdgroep, Kaart, enz. |
De beheerder kan een boomstructuur maken met thema's, hoofdgroepen en kaarten. Door rechts op de verschillende elementen te klikken krijg je de optie om een nieuw thema of kaart te maken. Door gewoon te klikken krijgt de beheerder het juiste formulier te zien voor een thema, hoofdgroep, achtergrond, kaart of kaartlaag. Voor elk element uit de boomstructuur kunnen de rechten ingesteld worden. |
|
Achtergronden |
Aan de achtergronden map mogen één of meer kaarten met kaartlagen toegevoegd worden. Deze kaarten zijn dan voor deze applicatie beschikbaar als achtergrondlaag. De beheerder geeft aan welke kaart standaard zichtbaar is. |
|
Knop – opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt de kaartlaag opgeslagen. |
|
Knop – annuleren |
Als er op de annuleer knop wordt geklikt wordt de kaartlaag niet opgeslagen en het formulier gesloten. |
|
Tab – instellingen |
Op dit tabblad kan de beheerder extra instelling van de kaartlaag configureren. |
|
Transparantie beginwaarde |
De beheerder kan hier de beginwaarde van de transparantie van de kaartlaag instellen. Indien transparantie wordt ingevuld, wordt een waarschuwing gegeven dat deze overruled kan worden door een transparantieslider. |
|
Straal invloedsgebied |
De beheerder kan hier de straal invoeren die het invloedsgebied moet hebben als deze op deze kaart laag wordt getekend. Om dit te gebruiken moet de beheerder de betreffende component configureren voor de applicatie. |
|
Samenvatting – titel |
De titel van de samenvatting. De samenvatting wordt onder anderen gebruikt voor de maptip. |
|
Samenvatting – afbeelding |
Een afbeelding voor de samenvatting |
|
Samenvatting – omschrijving |
Een omschrijving van de samenvatting. Deze wordt met een html editor ingevoerd. |
|
Samenvatting – link |
Een link voor de samenvatting. |
Bij een kaartlaag kan voor de geselecteerde attributen de edit opties geconfigureerd worden. Een attribuut schuift uit als deze aan geklikt wordt.
Bewerkrechten worden aangegeven in de Rechten tab.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Knop – opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt de kaartlaag opgeslagen. |
|
Knop – annuleren |
Als er op de annuleer knop wordt geklikt wordt de kaart niet opgeslagen en het formulier gesloten. |
|
Attribuut |
De beheerder geeft aan of een attribuut kan worden ingevuld bij het editen. |
|
Alias |
De beheerder geeft een alias op. |
|
Mogelijke waarden |
De beheerder kan een lijst van komma gescheiden mogelijke waarden opgeven. Indien de beheerder er geen invult zal de gebruiker een tekstveld te zien krijgen. |
|
Knop – DB |
Na klikken op de DB knop worden de unieke waarden uit de database gehaald en in het “mogelijke waarden” veld geplaatst. De beheerder kan deze waarden nog aanpassen. |
|
Hoogte |
De beheerder kan instellen hoe hoog het invoerveld moet worden. Hij geeft het aantal regels op. |
De beheerder kan per kaartlaag configureren welk attribuut in de dataselectie of het filter moet worden opgenomen. Een attribuut schuift uit als deze aan geklikt wordt.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Knop – opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt de kaart opgeslagen. |
|
Knop – annuleren |
Als er op de annuleer knop wordt geklikt wordt de kaart niet opgeslagen en het formulier gesloten. |
|
Attribuut |
De beheerder geeft aan of op een attribuut kan worden gefilterd bij data selectie of filtering. |
|
Dataselectie of filtering |
De beheerder moet opgeven of het attribuut gebruikt gaat worden bij dataselectie of filtering. Het is niet mogelijk om het voor beide te gebruiken. |
|
Knop – DB |
De lijst met unieke waarde wordt door druk op knop uit de database gehaald. |
De beheerder kan meerdere achtergrondkaarten definiëren voor een applicatie. Een van de achtergrondkaarten wordt de default achtergrond. De gebruiker kan andere ondergronden aanzetten indien de beheerder daar een component voor heeft klaar gezet. De mogelijkheden zijn:
LayerSwitch: een menu op de kaart waarmee gewisseld kan worden (zoals Google maps dit vroeger deed).
ToC: bij het configureren van de ToC kan door middel van een vinkje aangegeven worden dat ook de achtergrondkaartenen in de ToC (middels radio buttons) moeten worden opgenomen.
Als de beheerder geen van beide mogelijkheden biedt dan kan de gebruiker niet van achtergrond wisselen, ook al heeft de beheerder meerdere achtergronden opgegeven. Beide componenten mag ook, maar is waarschijnlijk verwarrend voor de eindgebruiker.
Na dat de beheerder een boomstructuur heeft samengesteld kan hij gaan bepalen welke kaarten uit de boomstructuur bij aanvang in de ToC zichtbaar moeten zijn. Tevens kan hij aangeven welke kaarten bij het opstarten van de applicatie zichtbaar moeten zijn; dit wordt het startkaartbeeld genoemd
Indien de beheerder een Mash-up heeft gemaakt, dan kan hij de boomstructuur van kaarten en het startkaartbeeld niet aanpassen, want die horen bij de originele applicatie.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Beschikbare boomstructuur |
Hier wordt de boomstructuur gegeven zoals de beheerder deze heeft samengesteld. |
|
Knop – opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt de kaart opgeslagen. |
|
Knop – annuleren |
Als er op de annuleer knop wordt geklikt wordt de kaart niet opgeslagen en het formulier gesloten. |
|
Zoeken |
Om makkelijker een bepaalde kaartlaag terug te vinden kan er in de boomstructuur uit het gegevens register gezocht worden. |
|
Geselecteerde kaarten in startkaartbeeld |
Hier is een lijst van geselecteerde kaarten zichtbaar. Kaarten kunnen ook weer uit deze lijst verwijderd worden. |
|
Opstart kaartlagen |
Met het vinkvakje voor de geselecteerde kaarten kan de beheerder aangeven of de kaart aan moet staan bij het opstarten van de applicatie. |
Voor de achtergrond kaarten kan de beheerder op dezelfde manier aangeven welke beschikbaar zijn voor de gebruiker. De kaart die bovenaan geplaatst wordt is de kaart die standaard zichtbaar is bij het opstarten.
Default krijgen de kaarten, kaartlaaggroepen en kaartlagen geen vinkvakje in de ToC. Dit moet in de ToC component aangezet worden. De beheerder moet hiermee rekening houden. Als hier een kaartlaag default uitstaat en de ToC heeft geen vinkje, dan kan de gebruiker deze nooit aanzetten.
Het beheren van de layout van een applicatie gaat in drie stappen. De beheerder krijgt een basisindeling waar hij componenten in kan slepen. Aan de hand van het component wordt bepaald of een vlak een html of flash inhoud krijgt. Indien er meerdere vlakken met een flash component zijn, dienen deze aaneengesloten te zijn. Het is dus niet mogelijk om 'left' en 'right' beide flash te maken maar 'content' niet. Bij het Tailormap map component wordt dit vlak dus automatisch flash. Tijdens het slepen zal de applicatie door middel van het laten oplichten van bepaalde vlakken de beheerder tonen in welke vlakken het component mag komen. De volgorde in de vakken bepaalt de volgorde van de componenten in de viewer. Bij het opslaan wordt er extra gecontroleerd of de gekozen indeling wel geldig is en krijgt de beheerder een melding als dit niet het geval is. Bijvoorbeeld als de flash vlakken niet aaneengesloten zijn.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
componenten |
De beheerapplicatie toont een lijst met beschikbare componenten; deze kunnen door de beheerder naar de verschillende vlakken worden gesleept. |
|
Vlakken |
De vlakken verdeelt het scherm in een logische indeling. Tijdens het slepen van een component zal de applicatie door middel van het laten oplichten van bepaalde vlakken de beheerder tonen in welke vlakken het component mag komen. |
|
Vlak – header |
In de header kan de beheerder een HTML component (CS) plaatsen. Deze kan bijvoorbeeld een afbeelding bevatten. |
|
Vlak – footer |
In de footer kan de beheerder een HTML component (CS) plaatsen. |
|
Vlak – left top margin |
In dit vlak is het mogelijk om scherm componenten (CS) te plaatsen zoals de TOC, de legenda en en een HTML component. |
|
Vlak – Left bottom margin |
In dit vlak is het mogelijk om één scherm component (SC) te plaatsen zoals een HTML component. |
|
Vlak – right top margin |
In dit vlak is het mogelijk om scherm componenten (SC) te plaatsen zoals de TOC, de legenda en en een HTML component. |
|
Vlak – Right bottom margin |
In dit vlak is het mogelijk om één scherm component (SC) te plaatsen zoals een HTML component. |
|
Vlak – map |
In het map vlak kan door de beheerder een kaart component (MOTOR) geplaatst worden. |
|
Vlak – map bottom |
In het map bottom vlak kunnen door de beheerder o.a. de schaalbalk en de coordinaten geplaatst worden |
|
Vlak – top menu |
In het top menu kunnen de componenten die bij de MOTOR horen maar niet de kaart zijn geplaatst worden. Denk hier bij aan de in- en uitzoom knoppen. |
|
Vlak – popupwindow |
In het popupwindow vlak kunnen schermcomponenten (SC) geplaatst worden, zoals ook in de margin vlakken |
|
Vlak – left menu |
In het left menu kunnen scherm popup componenten (SPC) geplaatst worden. Denk hier bij bijvoorbeeld aan buffering, gerelateerde documenten en edit functionaliteit. |
|
Knop – opslaan |
Bij het opslaan wordt er extra gecontroleerd of de gekozen indeling wel geldig is en krijgt de beheerder een melding als dit niet het geval is. Als alles gewoon in orde is wordt de layout opgeslagen. |
Voor elk vlak kan ingesteld worden hoe breed en hoog een vlak is en wat de maximum hoogte en breedte is . Dit kan zowel in pixels (absoluut) als in percentages ingevoerd worden. Vlakken die een absolute breedte of hoogte hebben zullen niet mee schalen als de scherm grootte wijzigt. Vlakken met een percentuele hoogte of breedte doen dit wel, omdat het om een percentage gaat van de gehele breedte of hoogte van het browser scherm. In de meeste gevallen zal het voor komen dan de beheerder bepaalde vlakken een absolute breedte geeft zoals left en right margin en de rest geen absolute breedte. Als het scherm dan breder is zal voor de gebruiker het vlak waar de kaart in zit groter worden en de left en right margin het zelfde blijven. Indien een beheerder geen hoogte of breedte opgeeft voor een component dan word deze altijd volledig uitgevuld. Bijvoorbeeld de footer bevat geen componenten en de overige vlakken hebben geen opgegeven hoogte dan lopen deze vlakken door tot de onderkant van de browser. De footer is niet zichtbaar.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
componenten |
De beheerapplicatie toont een lijst met beschikbare componenten deze kunnen door de beheerder naar de verschillende vlakken worden gesleept. |
|
Vlakken |
Als er een component naar een vlak gesleept is kan hier voor de hoogte en breedte ingesteld worden. |
|
Knop – opslaan |
Bij het opslaan wordt er extra gecontroleerd of de gekozen indeling wel geldig is en krijgt de beheerder een melding als dit niet het geval is. Als alles gewoon in orde is wordt de layout opgeslagen. |
|
Component in een vlak |
Als de beheerder een toegevoegde component aan klikt dan wordt er een nieuw venster geopend waar in de beheerder het component kan configureren. |
Door te klikken op een component opent zich een venster met de uitgebreide opties van het betreffende component en kan de beheerder het component configureren. De inhoud van het venster zal per component verschillen.
Alle componenten die via de beheerapplicatie beheerd kunnen worden hebben een metadata document dat door een programmeur is klaar gezet. In dit metadata document worden, naast andere zaken, een defaultwaarde voor titeltekst, pad naar titelbalk icoon en hoover tekst worden ingesteld. Deze defaultwaarde wordt bij de componenten, indien van toepassing, weergegeven. De beheerder kan deze defaultwaarden vervangen, maar hij is dan zelf verantwoordelijk voor het opgeven van een correct pad voor het icoon.
Het pad naar het icoon voor de component wordt zowel voor de knop als in de titelbalk gebruikt. Zodra een pad naar een icoon is ingevuld, probeert de applicatie een preview te tonen. Hiermee kan meteen gecontroleerd worden of het pad geldig is.
Component rechten tab
Op de Rechten tab van een component kan de beheerder configureren welke gebruikersgroepen rechten hebben op dit component.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Gebruikersgroepen |
De beheerder kan alle groepen die hij rechten wil geven op het component aanvinken. |
|
Knop – opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt het component opgeslagen. |
|
Knop – Annuleren |
Het venster van het component wordt gesloten en het component wordt niet opgeslagen. |
De beheerder kan voor het component een aantal instellingen doen met betrekking tot de layout. Aangezien deze instellingen alleen relevant zijn voor popup scherm componenten wordt dit tabblad alleen bij dit type componenten getoond.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Gecentreerd |
Als de beheerder voor deze optie kiest zal het venster zich altijd midden op het scherm openen. De vensterpositie wordt alleen gebruikt indien het een component gebruik maakt van een popup. Indien dit niet het geval is heeft deze instelling geen effect. |
|
Vaste positie |
De beheerder kan ook kiezen voor een vaste positie waar het venster geopend wordt. De x en y moeten dan ingevuld worden. |
|
x |
Bepaalt hoeveel procent van de linkerkant van de browser het venster geopend wordt. |
|
y |
Bepaalt hoeveel procent van de bovenkant van de browser het venster geopend wordt. |
|
Positie aanpassen |
Als de beheerder voor deze optie kiest kan de gebruiker het venster naar een andere positie slepen. Anders blijft het venster staan waar hij geopend is. De venstergrootte wordt alleen gebruikt indien het een component gebruik maakt van een popup. Indien dit niet het geval is heeft deze instelling geen effect. |
|
Venstergrootte – breedte |
De beheerder geeft aan hoe breed het venster moet worden. Indien de beheerder het venster te klein instelt zal de gebruiker een scrollbar zien. |
|
Venstergrootte – hoogte |
De beheerder geeft aan hoe hoog het venster moet worden. Indien de beheerder het venster te klein instelt zal de gebruiker een scrollbar zien. |
|
Grootte aanpassen |
Indien de beheerder deze optie aan zet kan de gebruiker het venster groter of kleiner maken. |
|
Knop – opslaan |
Na het klikken op de opslaan knop wordt het component opgeslagen. |
|
Knop – Annuleren |
Het venster van het component wordt gesloten en het component wordt niet opgeslagen. |
De beheerder kan voor het component een aantal instellingen doen met betrekking tot de layout. Deze instellingen zijn alleen relevant in de context van een schermcomponent aan de zijkanten van het scherm.
| Controle | Werking |
|---|---|
|
Hoogte |
Zorgt voor een vast hoogte van een component binnen de zijkanten |